6 november 2008
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7
kaart

Floreana

Dag 15: Donderdag, 06 november 2008

Vandaag doet het toch een beetje pijn vroeg op te staan. We verlangen wel eens om uit te slapen, maar er is hier zoveel te doen en te zien dat we daarmee zullen moeten wachten tot we terug in Belgenland zijn. Dus weer vroeg uit de veren en we eten een koffiekoek en drinken een vers fruitsapje bij de panadería tegenover het hotel. Nog vlug een zak vuile was droppen bij de lavandería en dan staat Kate al op ons te wachten aan de touroperator (Darwin). We passen onze snorkelflippers en brillen en dan stappen we samen met de Tsjechen naar de kade. Hier moeten we een tijdje wachten en we zien Friendship hier ook dobberen. We mijmeren weg en hebben toch wel een mooie tijd op dat wrak beleefd. Als onze speedboot voor vandaag klaar is varen we zeer dicht bij Friendship. Deze laatste is weer vlug uit onze gedachten als we de golven met twee sterke motoren trotseren.

Erg comfortabel is de vaart niet want we worden serieus door elkaar geschud. Tja, dit is de enige manier om Floreana als daguitstap te bezoeken. Met de cruise zouden we hier zeven tot acht uur over gedaan hebben, nu nog geen twee uur. We zitten met dertien toeristen op de boot, een machogids genaamd Daniel en de kapitein met zijn trouwe hulpje. Als we aankomen aan de haven Puerto Velasco Ibarra dobberen we nog een tijdje rond eer de haventaxi bij ons passeert. De peedboot heeft natuurlijk geen rubberboot om aan land te gaan, vandaar dit omslachtige procces. Eens aan land is het weer wachten, ditmaal op een busje dat ons de hooglanden in moet loodsen. We wandelen samen met Kate rond en lopen even op een zwart strand. Ook hier op dit eiland zitten zeeleeuwen en leguanen maar ze zijn voor ons al deel van het decor geworden. Het wachten duurt wel erg lang en uiteindelijk kan de gids een ander busje regelen. Hij leent hiervoor wel 20 dollar bij Bart.

Als we in het chiva busje zitten, rijden we de heuvels in. Dit busje is open aan de zijkanten en heeft een paar rijen houten banken achterelkaar. De rit van een halfuur voert ons door het binnenland en we passeren een paar heuvels die erg op vulkanen lijken maar volgens de gids is dit geen vulkanisch eiland. (Achteraf hebben we dit opgezocht en het is wel degelijk een vulkanisch eiland.) Van George hebben we in het begin van de week geleerd dat de Galápagos eilanden het merendeel bestaan uit vulkanische eilanden. De anderen zijn oceanisch, dus ontstaan door de platentektoniek.

We wandelen door een groen landschap en stoppen bij grotten waar piraten geleefd hebben. Erg veel weet onze gids niet te vertellen maar het uitzicht over de zee en de eilanden is wel heel mooi. De zon steekt zoals ze hier iedere middag doet en we zijn dan ook blij als we verkoeling vinden bij de schildpadden. Deze schildpadden zijn afkomstig van andere eilanden maar wonen hier tijdelijk. De schildpadden die hier oorspronkelijk woonden zijn uitgeroeid door de piraten die ze doodden voor de olie.

Er is hier ook een bron op Floreana. En dat is samen met San Cristóbal het enige eiland waar dat het geval is. Hier op Floreana hangt daar ook een legende aan vast. Een jongetje zou hier verloren gelopen zijn en heeft overleefd dankzij de bron.

Na de wandeling stappen we terug op de chiva om naar beneden te hobbelen. Hier aan de kust geeft Floreana trouwens een zeer verlaten indruk. Het lijkt wel het einde van de wereld. Een klein dorpje met een school, een kerk en drie hotels. Die hotels zouden in het bezit zijn van de nazaten van de Wittmers, de eerste Duitse settlers op dit eiland. Ik kan me voorstellen dat je hier alleen naar toe komt als je alleen wilt zijn en rust wil hebben. Het doet me denken aan de reisdocumentaires van Boudewijn Büch, toen hij op zoek ging naar de uiterste punten van de wereld.

Dit keer staat er wel direct een watertaxi voor ons klaar en als we aan boord van onze boot zijn, bombardeert het hulpje van de kapitein zichzelf tot kok. Hij tovert een “box lunch” op iedereen zijn schoot. Inhoud van de box: een voorverwarmde rijstschotel met kip, groenten en een paar verloren garnalen. Met het toevoegen van een serieuze scheut ketchup en ají is het best te eten.

Voor we het weten varen we alweer en dit keer zijn we op zoek naar dieren. Wij hopen nog steeds op een ontmoeting met pinguïns maar tevergeefs. Vandaag zijn ze samen met de flamingo’s niet te vinden en moeten we ons tevreden stellen met de tropic birds met een lange staart. Ze duiken recht de zee in om zich op hun prooi te storten. Ook mooi, zeker met de dramatische kust als achtergrond. De blue footed boobies zijn ook weer van de partij. Een nieuwe soort die we nog niet gezien hadden, zijn de nasca boobies. Bart heeft zich met de Tsjechen voor birdwatching op het dek aan de voorkant gezet.

Maar genoeg vogels voor vandaag, we gaan over naar andere animalitos: vissen. De snorkelaars mogen zich klaarmaken terwijl de kapitein op zoek gaat naar de perfecte plaats. We varen voorbij Devil’s Crown, wat er heel idyllisch uitziet. Iets verder plonst Bart als eerste het water in. Ik ga niet mee. Ik ben serieus afgekoeld en de zon is verdwenen. Maar het begint al vlug te kriebelen. Bart heeft samen met schildpadden gezwommen en dat doet me watertanden.

Gelukkig is er nog een tweede snorkelbeurt op het programma en ik kleed me vlug om. Het water is niet zo koud als het er uit ziet. Het is helderblauw. Mooie visjes, groot en klein zwemmen voorbij mijn snorkelbril. Prachtig! Spijtig dat we eruit moeten want ik heb eindelijk de smaak te pakken en voel me als een vis in het water. Maar de trip kon niet beter eindigen. We racen terug naar Puerto Ayora.

 Om 20u hebben we met Kate en Todd afgesproken om samen te eten. Ook Yuko, een Japanse, die vandaag mee op uitstap was, vergezelt ons. Er wordt heel wat afgelachen en gezeverd en zo vliegt de avond voorbij. We nemen afscheid en pakken onze rugzakken in want ons bezoek aan snorkelland zit erop. Morgen vliegen we terug naar het koude Quito.