7 oktober 2005
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6
kaart

Huacachina – Nasca

Dag 4: Vrijdag, 07 oktober 2005

Als we  onze kamer verlaten, hangen de wolken nog over de duinen. Per taxi gaan we naar Ica, waar we overstappen we in een collectivo. Dit is meestal een oude grote Amerikaanse wagen die vertrekt als alle plaatsen bezet zijn. Onze Chevy delen we met drie medereizigers. Voor we vertrekken maakt de chauffeur een kruisteken wat ons vertrouwen inboezemt.  Het is best bibberen in de auto want  de voorruiten staan open, waarschijnlijk omdat de raampjes gewoon niet meer dicht gaan. Er zijn ook overal tochtgaten te bespeuren.

Na een woestijnrit van twee uur over de loodrechte Panamericana, worden we aan het reisbureau afgezet. We proberen eerst onze nachtbus te regelen naar Arequipa. Dat lijkt moeilijker dan verwacht omdat het weekend begint en iedereen uit Nasca wegwil. De bediende belt drie busmaatsschappijen voor ons en vindt dan toch nog twee plaatsen op een semi-cama. Dat is een bus met een beetje meer beenruimte en de rugleuning kan redelijk ver naar achter gezet worden. We moeten zelf wel onze ticketjes gaan kopen.

In een uitgebouwde Nissan rijden we naar het hotel tegenover de luchthaven. Na een halfuurtje wachten, stappen we met drie Duitsers in een Czezna vliegtuigje. Voo we opstijgen, overloopt de piloot met ons de vluchtroute. De zon schijnt en we voelen ons vlug misselijk. De Duitsers halen als eersten de kotszakjes naar boven en al gauw volgt Bart terwijl de piloot vrolijk naar links en rechts draait opdat iedereen alles goed zou kunnen zien. En goed kijken moet je wel, want de lijnen zijn alles behalve duidelijk zichtbaar. Wij vliegen over een zestiental geogliefen waaronder de colibri, de walvis, de condor, de astronaut, de aap en de walvis. De lijnen zijn “getrokken” door het verwijderen van de zongebakken stenen en ze op te stapelen aan de twee kanten van de lijnen. Hierdoor wordt een lichter gekleurde bodemlaag zichtbaar. Er bestaan verschillende theoriën over de makers en het doel van de lijnen. De locals beweren dat de lijnen gemaakt zijn in de tijd van de Paracas en Nazca cultuur tussen 900 voor christus en 600 na christus. Ze zouden een atronomische kalender kunnen voorstellen voor landbouwdoeleinden. Anderen beweren dan weer dat ze als landingsplaats dienden voor buitenaardse wezens. We zijn niet echt verpletterd over dit uitstapje en zijn vooral blij dat we terug op de grond staan.. We gaan terug naar het hotel en bekomen van onze vlucht met een Pisco sour. Dit is het plaatselijke aperitiefdrankje gemaakt van een witte druiven brandy (pisco) met citroensap,ijs ,eiwit en suiker. Heerlijk! Salud!

Na een rustig namiddagje aan het zwembad komt onze privégids, José Antonio, ons halen. Ook hij heeft zo een Nissan autootje en verklaart meteen waarom half Peru ermee rondtoert. Ten tijde van president Fujimori heeft hij dit type auto laten overkomen uit Japan omdat ze goedkoop en zuinig zijn. José Antonio praat honderd uit over zijn voorvaderen en cultuur terwijl we racen naar het kerkhof van Chauchilla. Tot voorkort lagen de beenderen, schedels en mummies in foetushouding verspreid over dit stukje pampa . Nu hebben archeologen alles een beetje proberen te ordenen in gereconstrueerde graven beschermd door een rieten dak. Ons bezoek heeft desondanks nog steeds een mysterieuze bijklank. De namiddagzon schijnt terwijl er een Paracaswind over de vlakte blaast. In het wilde weg vind je toch nog stukjes been, haar en stof.

Even later vliegen we over de Panamericana naar de Cantallo aquaducten die nog steeds in werking zijn en de nabijliggende velden irrigeren . We dalen af in een van de spiraalvormige putten. Ik kan me moeilijk voorstellen dat men zo nog ieder jaar in de aquaducten kruipt om ze een onderhouds- en poetsbeurt te geven. Na zonsondergang wil onze gids de lokale bevolking steunen en passeren we bij een amigo die keramiek herstelt en natuurlijk ook verkoopt. Een andere amigo is dan weer een ex-mijnwerker en toont ons hoe hij goud ging zoeken en daarna bewerkte. 

Als we onze handbagage hebben ingepakt voor de nachtrit naar Arequipa brengt José Antonio ons naar Nazca. Hier eten we lomo saltado: reepjes rundsvlees met gebakken ajuin, tomaat, chili, hier en daar een frietje (want dat zijn ook groenten) en rijst.

Na het eten checken we even onze mail en maken nog een avondwandeling in het levendige centrum van Nazca. De bus heeft vertraging zoals de meeste bussen die van Lima komen. Hoelang het nog gaat duren weet niemand. We voelen ons onwennig als we zien dat deze maatsschappij blijkbaar hoofdzakelijk door de plaatselijke bevolking gebruikt wordt. Met een dik uur vertaging stappen we op de bus en vallen we al vlug in slaap met muziek van Bart zijn MP3 speler.