MOVING-EYE.BE Skip Navigation Linkshome / Reizen / Peru / Reisverhaal / Colca Canyon
10 oktober 2005
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6
kaart

Colca Canyon

Dag 7: Maandag, 10 oktober 2005

Vandaag begint de dag om 5u. Voor we gaan ontbijten reorganiseren we eerst onze inhoud van de safe. Deze reis gaan we het record verbreken van onze safeinhoud “el contenido del safe”op te vragen. Dat is een souvenirtje van de diefstal. Bart loopt in de gang de Hollanders tegen het lijf die we gisteren in het internetcafé gezien hebben. Ze heten Dunia en Klaas en gaan met ons mee naar de Colca Canyon. Wat kan de wereld toch klein zijn.

Op het dakterras maken we kennis met de andere groepsleden. Een Spaans-Zwitsers koppel: Joaquin en Franscesca. Na het ontbijt en een kop cocathee zwaait de moeder van Marlon ons uit en vertrekken we in twee taxi’s naar het busstation. We stappen op een económico bus en beginnen aan een rit van zes uur. Al vlug staat de bus stil in de slopenwijken van Arequipa. De reden is niet duidelijk maar ondertussen weten we ook wel dat er niet altijd een reden moet zijn. Verkopers entertainen ons en willen  hapjes aan de man brengen. Tijdens de trage klim, zien we rechts in de verte de vulkaan El misti. De weg klimt in noordwestelijke richting voorbij de Chachani vulkaan naar Reserva Nacional Salinas y Aguada Blanca. We stoppen nog eens en staan een tijdje stil. Dit keer is er een betoging. De Arequipañs blijken een trots volk te zijn en komen op voor hun politieke mening die regelmatig stem krijgt door betogingen op Plaza de Armas. Maar ook hier laten ze hun stem gelden. Voor de vele locale reizigers is dit de kans om even een plasje te maken te midden in dit dorre landschap. Er zijn geen bomen te bespeuren en ze laten hun broek dus gewoon zakken en doen hun ding. Bij de vrouwen gaat dit heel subtiel omdat ze verschillende lagen rokken dragen. Ze gaan gewoon op hun hurken zitten en er is niks aan de hand.

Als we de rit eindelijk verderzetten genieten we terug van het ruwe maar mooie landschap. Uitgestrekte vergezichten met als vegetatie enkel mossen en grassen. Af en toe zien we een kleine waterpoel. We rijden door de altiplano en over het hoogste punt van 4800m. Ik voel een lichte hoofdpijn opkomen, dus toch een beetje last van de hoogte. Marlon vertelt dat hier vooral leerkrachten uitstappen die aan hun lesweek beginnen en die juist een weekendje bij de familie in Arequipa hebben doorgebracht. 

In Chivay zijn we halfweg en maken we een korte stop. Dit is voor de toeristen: zo kunnen wij ook eventjes naar het toilet in het busstation. Tegen betaling krijgen we een velletje toiletpapier. Dit is welkom want sinds vannacht heb ik het ook zitten: diarree.

De buschauffeur toetert al als ik nog op het toilet zit.  Chivay ligt aan de ingang van de Canyon wat in het begin eerder iets weg heeft van een brede vallei. De vallei is een opeenvolging van terrassen, gemaakt in de tijd van de Inca’s. Dit was gemakkelijker om gewassen op te telen, zo liep het water niet weg. Al die terrassen zijn een prachtig zicht en het lijkt alsof we over een lappendeken rijden. De lappendeken wordt gekleurd door de lokale bevolking die vrolijk op de terrassen werkt of met de ezel onderweg is. Onze busrit wordt opgevrolijkt door plaatselijke muziek waardoor we echt in de stemming komen, ondanks de hoofdpijn. Tegen het einde van de rit stapt er nog een groepje vrouwen in traditionele klederdracht op. Ze komen net van de markt en zijn duidelijk tevreden met de verkoop.

We komen met een uur vertraging in Cabanaconde aan. Dit rustig landelijk dorpje dient als uitvalsbasis voor vele spectaculaire trekkings. Wij wandelen van Plaza de Armas naar een hostal waar Marlon begint met ons middagmaal te bereiden. Wij drinken een tas cocathee om dat hoofdpijn te bestrijden en knopen een gesprek aan met onze medereizigers. Op de menu: een maaltijdsoep en een lapje Alpaca. Voor we vertrekken nog even naar het toilet en dan zijn we weg. Eerst stappen we nog door het dorp en velden. Marlon geeft gepassioneerd uitleg over fauna, flora en de lokale bevolking. Zo vertelt hij ons dat men textiel kleurt met de insekten die op de cactus zitten. Door al dat gebabbel gaan we een versnelling sneller. De opdracht is 1400 meter te zakken voor zonsondergang. Het eerste stuk is nog geleidelijk zakken en het pad is hier nog breed. Na een tijdje breekt mijn hoofdpijn echt door en moet ik me echt concentreren op het pad dat als maar smaller wordt. Om van het uitzicht te genieten stop ik regelmatig. De zon gaat onder en laat een mooie gloed over de rotsen vallen. Ik zie af en toe wazig en hoop echt dat dit gevoel nog zal wegtrekken. Ik weet niet of ik op deze manier de Inca Trail kan afmaken.Gelukkig trekt de hoofdpijn weg als we beneden aan de brug toekomen. We tekenen het gastenboek aan de brug en eten een paar koekjes. Aan de overkant lopen we in het donker over de domeinen van enkele boerderijen. Dit gedeelte van de tocht is redelijk vlak. In San Miguel zullen we overnachten in een golfplaten bedekte stenen hut. In januari zal hier pas electricteit zijn dus we gaan hier genieten van een avondje kaarslicht. De kamer delen we met de Hollanders. We mogen onder een strooien dakje gaan zitten waar we wachten op een heerlijke maaltijd die bereid wordt door Marlon en zijn vrienden. Na het avondeten blijven we met de rest van de groep uitgeteld maar voldaan nog wat napraten. Marlon heeft een muziekje bij en vertelt ons een verhaaltje over de relatie tussen de condor en de vos. Hij bespreekt ook nog de mogelijke routes voor de tocht van morgen.We hebben geluk met onze gids. Hij heeft alleen wat moeite met onze namen dus worden we genoemd naar onze nationaliteit : Holanda of Belgica, of amigo of  flaca (meisje). Na een avond vol charme gaan we onze tandenpoetsen, waarschijnlijk tussen de kippen, maar ik kan ze gelukkig niet zien, want het is donker.