14 oktober 2005
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6
kaart

Puno – Islas Flotantes – Amantaní

Dag 11: Vrijdag, 14 oktober 2005

Na een goede nachtrust, ik ben maar één keer naar het toilet moeten gaan, regelen we onze tweedaagse aan de balie.We zijn er klaar voor en brengen onze rugzakken en linnenzakken naar de receptie. Voor we vertrekken, hebben we nog  tijd om fruit te kopen voor de Amantanifamilie. We zullen daar overnachten en hebben in onze gids gelezen dat ze met een beetje pech niet veel van de reisorganisatie krijgen als vergoeding.In de haven stappen we met 25 toeristen op een boot en varen al vlug door het riet.

Hier varen we dan op het Titicacameer, 3820 meter boven zeeniveau, wat al altijd tot mijn verbeelding sprak.  Dit meer staat aan de top van verschillende recordlijstjes: Het hoogste meer ter wereld bevaren door passagiersboten. Het is ook het grootste meer van Zuid-Amerika en het grootste meer ter wereld boven 2000 meter en strekt zich uit over een lengte van 170 km en 60 km in de breedte. Maar de statistieken doen er eigenlijk niet toe. We genieten al gauw van deze magische plek en zitten boven op het dek te genieten van het uitzicht en de zon.

Na een halfuurtje meren we aan aan een van de Islas flotantes. We merken dat dit een toeristische topattractie is, maar wel de moeite. We maken kennis met de Urosstam en zien hoe ze deze eilanden van riet maken. Van de gids komen we te weten dat de eilanden transporteerbaar zijn met 4 motorbootjes. Als er onvrede heerst tussen de bewoners van een eiland, houden ze een eilandraad. Na een stemming beslissen ze welke familie ongelijk heeft. Deze familie moet dan naar een ander eiland verhuizen. De eilanden tellen nog zo een 100 bewoners en leven van visvangst en toerisme. De stam onderhoudt het riet door het te bevochtigen en te herschikken. Na 50 jaar moeten ze een nieuw eiland maken. De eilanden op zich vinden we al zeer fascinerend. Als er een bootje voorbij vaart voel je de deining van het water.

We nemen een rietenboot in de vorm van een kano om naar het volgende eiland te varen. Al gauw duikt er een lokale kleuter op die het beste van zichzelf geeft en uit volle borst een kinderliedje zingt. Daarvoor moeten wij natuurlijk betalen en hij komt dan ook rond met een hoed. We verdenken hem ervan dat indien we niet betalen we over boord gezwierd worden. Afdokken dus maar. Het tweede eiland heeft zelfs een telefooncel in riet. Daarvan maak ik dus gebruik om AA in Arequipa in te lichten over ons hotel in Puno zodat ze het formulier voor onze ticketten kunnen doorfaxen.

Na deze speciale ervaring gaan we terug aan boord van onze boot en zitten we eerst nog wat buiten. Dan gaan we wat binnen zitten want de zon brandt hier zonder je het beseft. Op deze hoogte is de lucht ongewoon helder en de weerspiegeling van het zonlicht op het water geeft een surrealistische indruk. We dommelen in en de vaart duurt bijna drie uur. Rond  de middag bereiken we de “haven” van het eiland Amantaní. Hier zullen we overnachten. We zijn wel een beetje zenuwachtig en we zijn niet de enige. Dit gaat echt wel een aparte ervaring zijn. We worden opgewacht door de gastvrouwen met hun bobijntjes. We krijgen allemaal een takje muño. Een kruid in de muntfamilie wat hier op dit eiland vooral in de thee gebruikt wordt. Het lijkt eerder op tijm.

We wandelen allemaal langs het water naar een platform. Daar gaan we allemaal braafjes op een muurtje zitten en wachten het verdict af. De gids roept telkens een naam van een toerist en eentje van een gastfamilie. Op de boot moesten we opgeven welke talen we spreken en aan de hand daarvan werden we gekoppeld aan een familie.Wij blijven als een van de laatsten over en onze gastvrouw is de kleine Sylvestra. Een vriendelijk, verlegen vrouwtje met altijd een lach op haar gezicht en een blinkend gouden kroontje op een van haar tanden. Haar leeftijd kunnen we moeilijk inschatten, maar aangezien ze drie zonen heeft, denken we dat ze een jaar of 50 moet zijn. Ze spreekt naast Quechua ook Spaans dus dat is een opluchting. Dan kunnen we tenminste communiceren. We volgen haar op de paadjes door de velden en stiekem hoop ik dat ze geen kippen heeft. Zelfs in Peru kan ik mijn angst voor vogels niet verbergen. Mijn wens wordt vervuld als we toekomen op haar boerderijtje: een klein huisje met een binnen koer en een grote tuin waarin ze aardappelen kweekt. Ze stelt ons aan haar moeder voor en dan toont ze de mooiste kamer van het huis: onze slaapkamer met twee bedden, een tafel en twee stoelen. Buiten staat er een kom water om ons te verfrissen. De deurtjes vallen klein uit en Bart is veel te groot. Hij wordt dus meermaals met “cuidado con la cabeza”(voorzichtig met je hoofd) door Sylvestra gewaarschuwd. We mogen “descansar” of uitrusten terwijl zijn het eten bereidt. We zijn eigenlijk helemaal niet moe en moeten lang wachten op onze soep. Sylvestra brengt het eten naar onze kamer en we zijn ontgoocheld dat we niet met de familie mee mogen eten. Als ze de hoofdschotel brengt, vragen of het de gewoonte is dat de toeristen op de slaapkamer eten. Ze zegt ze zich aanpast aan de vraag van de toeristen. Ik vraag dus meteen of we vanavond met de familie samen kunnen eten. Dat is geen probleem. We proberen een mix van droge aardappelen, oca’s (kruising van wortel en aardappel) en zoute kaas naar binnen te werken.

Na het eten brengt Sylvestra ons samen met een buurvrouw naar een pleintje waar we de rest van de groep terugzien. We gaan de Pachatata beklimmen om de zonsondergang over het Titicacameer te zien. Pachatata (vader aarde) is een van de twee toppen met ruïnes van de Tiahuanaco cultuur. De andere top is Pachamama (moeder aarde). Tijdens onze klim op een steil, recent aangelegd pad worden we begeleid door kinderen die de panfluit bespelen. Boven wachten we dan op de zonsondergang. Het is een prachtig uitzicht en de koude geeft het nog een mysterieuzer tintje. Voor we naar beneden gaan,drinken we nog een kop cocathee aan een barrakje.

Voor het avondeten heeft Sylvestra haar ouders opgetrommeld om ons gezelschap te houden. Ze spreken alleen maar Quechua dus wordt er vertaald van het Nederlands naar het Quechua via het Spaans. We krijgen weer een droge aardappelmaaltijd voorgeschoteld met eerst aardappel soep in een andere slaapkamer bij kaarslicht. We mochten tijdens de voorbereiding een kijkje in haar keuken nemen die er heel primitief uitzag. Na de maaltijd worden we uitgebreid bedankt door onze gastfamilie dat ze samen met ons hebben mogen eten. Dat is een raar gevoel.

Dan komt Sylvestra met locale kleding aandraven. Voor Bart een kleurijke poncho en een muts met oorkleppen. Voor mij een traditionele rok met laagjes een blouse en een zwarte sjaal/hoofddoek. Er is geen ontwijken aan, dus kleden we ons vlug om. Het is wel lachen om ons zo te zien. Later in de discoteca, wat niet meer is dan een zaaltje met TL-licht, lachen we ook met de rest van de groep. Een lokaal bandje speelt de pannen van het dak en wij dansen de ziel uit ons lijf. Op deze hoogte zijn we binnen de paar minuten buiten adem maar we worden constant terug op de dansvloer getrokken door onze enthousiaste gastvrouwen.

Na de fiesta gaan we op expeditie naar het toilet van de boerderij: in de wei naast de koe staat er een hokje. Je moet blijven rechtstaan en er staat een emmer water klaar om door te spoelen: dit allemaal met een zaklamp. Veel electriciteit hebben ze hier nog niet. Licht helemaal niet: daarvoor gebruiken ze kaarsen en een pillicht. Maar de tv speelt wel in een andere kamer.