17 oktober 2005
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6
kaart

Cusco

Dag 14: Maandag, 17 oktober 2005

We slapen uit en smullen dan van een heerlijk ontbijtbuffet: fruit, ei, pannekoek, broodjes, vlees...We praten ook met de sympatieke kelner van dienst, Adolfo. Na het ontbijt gaan we ons boleto Túristico halen waarmee we toegang zullen krijgen tot een aantal sites in de buurt van Cusco. Het ticketje blijkt ook in prijs gestegen te zijn sinds de Lonely Planet gedrukt is en het is bijna zo groot als een A4 blad! Bart kan het dan ook niet laten om te zeggen: “Es porque es pequeño” waarmee hij bedoelt dat het ticket zo duur zal zijn omdat het zo klein (groot) is. Ik kom niet meer bij van het lachen! Dan gaan we naar de bank, waar we redelijk vlug geholpen worden naar Peruviaanse normen. We boeken onze citytrip voor deze namiddag.

Onze eerste stopplaats is Coricancha een Incasite die de basis vormt van de koloniale kerk Santo Domingo. Onze gids, een trotse Quechua in hart en nieren, vertelt boeiend over het verleden van zijn voorvaderen en is trots dat het steenwerk behoort tot de belangrijkste architectuur van Peru. Er staat nog een zes meter hoge muur recht waarvan de stenen perfect in elkaar passen. Er is werkelijk geen naald tussen te krijgen. Deze muur heeft verschillende zware aardbevingen overleefd terwijl ze voor de meeste coloniale gebouwen het einde betekenden. Onze volgende stopplaats is la catedral, gebouwd in 1559. Aan de rechterkant loopt de kathedraal uit in de kerk El triunfo, de oudste kerk van Cusco en aan de linkerkant wordt de kathedraal geflankeerd door de Jesús María kerk. Wat me vooral bijblijft van dit bezoek is het schilderij van het laatste avondmaal waar er een dikke, sappige, gebraden cuy of cavia op tafel de show steelt. Dit schijnt een typisch voorbeeld te zijn  van de Esquela Cuzqueña. Deze school van schilders combineerde de 16de en 17de eeuw van Europese stijl met de verbeelding en gebruiken van de artiesten uit de Andes. 

Daarna leidt onze gids ons met het busje de bergen in naar Saqsaywaman. Hoewel deze naam vertaald wordt als de tevreden valk verteld de gids ons dat de platte grond van Cuzco eigenlijk op een poema lijkt. Deze site zou het hoofd zijn. De site is van religieuze en militaire betekenis en is een verzameling van imposante rotsen. De grote hamvraag is natuurlijk hoe de Quechas deze rotsen tot hier op de heuvel gekregen hebben. Ons groepje gist erop los, maar het echte antwoord gaan we nooit weten. We klauteren op de rotsen om een beter zicht te krijgen. Dit is best een aanrader. Het is ondertussen beginnen miezeren en de site wordt nu opgefleurd door kleurijke regenponcho’s.

Volgende halte is Q’enqo, een piepkleine site die bestaat uit een schrijn uit kalksteen met nissen ,trappen en zigzaglopende kanaaltjes. Deze kanalen werden gebruikt voor offer rituelen van chicha (maïsbier) of bloed.

We eindigen de toer in een winkel waar ze kleren van alpacawol verkopen. Wij kopen niks maar leren wel dat baby alpacawol de zachtste is. Als we terug in Cusco terugkomen is het donker. We regelen direct onze trip van morgen bij een sympatieke verkoper. We gaan dan naar Valle Sagrado of de heilige vallei.

Na een kleine verfrissing in het hotel, kiest Bart een restaurantje uit de Lonely Planet. Het bevindt zich in een straatje vol restaurantjes en ieder restaurant heeft “vertegenwoordigers” buiten staan om ons en andere toeristen te overvallen met hun menukaart. Ze bieden af en bieden op sommige plaatsen 2 free pisco sours aan! Hoe ze kunnen overleven, begrijpen we niet. We stappen los Cuatos binnen en installeren ons op een houten bank. We zitten nog maar juist en er komt een groep muzikanten binnen. Ze zorgen voor sfeer en typische muziek terwijl wij onze nacho’s naar binnen spelen met een pisco sour. Daarna volgt er nog soep en een hoofdgerecht. Dit alles voor 10 soles per persoon of 100BEF. Voor het groepje opstapt, kopen we hun CD. Na het eten trekken we nog naar een lounge bar.Onze buren zijn Vlamingen en spreken ons aan. Ze komen uit Antwerpen en reizen eerst twee weken low budget voor ze vrijwilligerswerk in het Noorden gaan doen. Ze zijn nog maar juist toegekomen dus we kunnen hen al heel wat goed raad geven.