MOVING-EYE.BE Skip Navigation Linkshome / Reizen / Peru / Reisverhaal / Valle Sagrado
19 oktober 2005
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6
kaart

Valle Sagrado

Dag 16: Woensdag, 19 oktober 2005

We maken kennis met onze gids John, die het fietsgerief verzamelt. Wat later fietsen we naar het busstation. Ik sukkel wat met mijn mountain bike en heb moeite om de mannen bij te houden. Het miezert nog een beetje en dat maakt de straten glad. Dat belooft. Aan het busstation regelt John onze ticketjes en tillen we de fietsen op het dak van de bus. We gaan op de laatste rij zitten. Onderweg zien we John door een Berlitz boekje bladeren en bekijkt hij de onderdelen van een fiets. Hij stelt ons gerust en legt uit dat hij al veel fietstochten gemaakt heeft maar dat dit de eerste keer is dat hij een fietstocht moet begeleiden. Hij vertelt ook dat hij tijdens zijn opleiding nauwelijks Engels heeft geleerd. Het boekje heeft hij van Engelse toeristen op de Inca trail gekregen en daar maakt hij nu vlijtig gebruik van. John is nog maar 1 jaar gids en is zijn carrière op de Inca trail begonnen. Als wij hem voorstellen hem te helpen met zijn Engels gaat hij er direct op in en vraagt hij hoe “saddle” uitgesproken wordt. We zitten tussen de lokale bevolking maar worden aangesproken door een Belgisch meisje dat voor ons zit. Ze is 9 maanden in Peru voor haar doctoraat Antropologie. Ze onderzoekt het aandeel van straatverkopers in toerisme.

We stappen uit en na een korte briefing zetten we onze helm op en trekken de handschoenen aan. We hebben John gevraagd langs een aantal sites te rijden. Hij zal de weg bepalen naargelang onze conditie tijdens het eerste halfuur. We beginnen onze tocht op een veldwegje van grind. Lichtjes bergaf gaat ons goed af. Maar tijdens het lichtjes bergop fietsen begin ik toch te puffen. Gelukkig kan ik regelmatig op adem komen als John vraagt even te wachten. We vermoeden dat hij dan telkens de weg gaat vragen.

Onze eerste stop is Moray, waar we een diep amfitheaterachtige terrasvorming vinden. Het ziet er spectaculair uit. We dalen helemaal naar het diepste punt van de kom, waar John ons veel uitleg geeft over de tijden van de Inca’s. Hij heeft zijn les duidelijk geleerd, en heeft zelfs tekeningen meegebracht. Hij vertelt ons dat hier groenten en gewassen op geteeld werden. Elk terras heeft zijn eigen microklimaat wat maakt dat de Inca’s hier groenten konden telen.

Het is zwaar bewolkt maar je voelt de zon erdoor branden. We klimmen terug naar boven en fietsen een stukje terug. We stoppen in een dorp aan een kraampje en bestellen een lomo saltado. Lekkerrrr....We moeten met zijn drieën onder het afdak schuilen want het begint te gieten. Bart verwittigt nog als we terug vertrekken voor de gladde wegen. We rijden rond het pleintje en John begint al te schuiven. Gelukkig heeft hij zich niet bezeerd en rijden we richting Salinas. We beginnen aan een stevige afdaling tussen de rotsen en er is een tijdje geen begaande weg te bespeuren. Bart laat zich hier zorgeloos bollen, ik daal hier af met piepende remmen, maar de kick is er! Na een tijdje zien we Salinas in de verte liggen. Ondertussen volgen we terug een paadje en rijden naar de site. We sluiten onze fietsen en wandelen tussen de pastelkleurige zoutpannen. John vertelt dat deze dateren uit de Incaperiode. Vanuit een bron stroomt er warm zwaar zoutgeladen water in een kleine stroom en verdeelt zich over verschillende zoutpannen. Het water verdampt en zo wordt er zout gewonnen. Dit is echt de moeite en indrukwekkend.

We verlaten Salinas en rijden richting Urubamba. ’t Is weer even stijl dalen en op het laatste stukje laten we ons gaan. Eerst John, dan Bart en ik achteraan. Zalig! Tot we een beekje over moeten en Bart door een put rijdt. Resultaat: lekke band. Gelukkig heeft John aan plakmateriaal gedacht. De band ligt er in een paar tellen af. John haalt zijn materiaal boven en ontdekt dat er geen lijm bij is. No problemo...we hebben nog een reserve band en Bart en John leggen ze op de fiets. Band nog even oppompen en dan kunnen we verder. Tot we merken dat er ook een gat zit in de reserve band!...No problemo, in de verte zien we een boerderij, misschien hebben ze daar wel lijm. Ik zie het niet goedkomen, wat moet een arme Peruviaanse boerenfamilie nu met lijm? Ik zie ons al te voet verder gaan. Maar wie niet waagt, niet wint. Er speelt een bende kinderen buiten en al gauw komen ze met een tube lijm op ons toegelopen. Er moeten twee gaten gedicht worden. De kinderen halen er een kruiwagen band bij en profiteren van onze pomp.

Als we verder kunnen hebben we nog 20 minuten voor de boeg tot Urubamba. Eigenlijk hadden we hier ’s middags moeten toekomen. Het laatste stukje is een lange valsplatte weg of zoals het hier genoemd wordt: “Peruvian flat”. Als we in Urubamba toekomen fietsen we nog tot aan Plaza de Armas en ben ik kapot. Het was een zalig dagje maar nu wil ik niks meer doen. John stelt voor om op het hoogste punt van Cusco straks uit te stappen en het laatste half uur met de fiets af te dalen. Ik zie dat niet zitten: ik ben moe en het zal donker zijn. Bart zou die laatste uitdaging toch nog graag aangaan. Ik stem toe maar ben niet overtuigd. Onderweg begint Bart ook te twijfelen want er is bijna geen verlichting. John stelt ons gerust dat er op onze weg wel verlichting zal zijn. Met een klein hartje stappen we na 45 minuten uit de bus. Eerst is de afdaling akelig maar dan rijden we door verlichte straten en is het best tof. De afdaling duurt een halfuurtje. Als we de fietsen hebben afgeleverd en John voorzien hebben van een goede fooi, gaan we op zoek naar avondeten.