6 november 2003
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7
kaart

Aleppo Stadsbezoek

Dag 7 : Donderdag 6 november 2003

De dag begint zoals gewoonlijk met het ontbijt. Dat klinkt misschien logisch, maar niet in een land als Syrië, tijdens de ramadan : de Syriërs beginnen namelijk de nacht met het ontbijt. Nadien is iedereen de hele voormiddag vrij om de stad te verkennen. Op het programma staan de soek en het museum. In de ondertussen gebruikelijke groepjes (meisjes, jongens en koppeltje) trekt iedereen er op uit. Bij de heren blijkt er achteraf wel een afscheiding te zijn ontstaan tussen museumgangers en soekgangers. Van de eersten vernam ik dat het een heel erg interessant museum was. Zo hebben ze gezien wat er in Ain-dara te zien is, gemakkelijk daar moeten we dus al niet meer naartoe. Toen Tom en ik door de soek dwaalden en aangesproken werden door nen zekere Sebastian wist die ons te vertellen dat er vandaag zoveel Belgen rondliepen in de soek. Jaja zo’n Jokergroep blijft duidelijk niet onopgemerkt. De jongens hebben blijkbaar dezelfde tapijten te zien gekregen als wij.

Rond 12:30 was iedereen terug in het hotel, ieder met zijn eigen versie van een middagpiknik-versie-ramadan. Verschillende soorten koeken, de ene al lekkerder dan de andere, plus fruit. Met gevulde magen kunnen we dus om één uur vertrekken richting citadel en grote moskee. Blijkt toch wel dat enkele druppels regent zeker. Iedereen dus terug naar boven om zijn regenjas te gaan halen, dit volgens het principe : als we onze regenjas bijhebben, gaat het niet regenen.

En ja hoor, het werkt. De regenjasjes zijn (gelukkig) allemaal in de rugzakjes kunnen blijven. Wat later gaan we dus terug op stap richting citadel. En nog wat later, meer bepaald, nadat we nog eens ons leven gewaagd hadden bij et oversteken van een drukke boulevard bleek we iemand misten : Tom. Da’s straf, uit het hotel vertrekken zonder onze tourleader. Voor één keer liep ik’s voorop, druk pratend met Alexandrine. Dus één ding werd hierbij alvast bewezen : Ik deug niet als Moslimvrouw. Een stap achter je man blijven, tot daartoe. Maar je moet niet vragen wat ze hier denken van een vrouw die zonder haar man vertrekt, en die dat dan pas 5 blokken later doorheeft… Enfin Tom werd vrij snel teruggevonden, zoekend en starend in het verkeer met een blik van “ze gaan toch niet met 11 tegelijk onder zo’n auto gesukkeld zijn”.

En weer zijn we op weg, dit keer rechtstreeks tot aan de citadel. Blijkt dat ook deze weer ramadan uren heeft, we hebben dus maar tijd tot 15:00. De gids wil het tempo dus hoog houden, hij heeft duidelijk geen zin in overuren. Naast zijn steno engels bij momenten (baths, fountain, hot, warm, cold) onthouden we vooral dat de Syriërs straffe gasten zijn : Romeinen, Grieken of andere beschavinkjes, zij wisten dat allemaal al veel eerder. En de citadel is indrukwekkend, vooral de toegangspoort en de troonzaal.

Over het bezoek aan de moskee kan ik kort zijn. Na de ingangen langs alle kanten opgezocht te hebben, bleek dat hij toe was.Wij hadden ondertussen genoeg rondgedwaald door de soek, zongen (enfin neurieden) nog even de Brabançonne aan het Belgische consulaat, maar niemand deed open, passeerden even langs een oude karavaanserai om vast te stellen dat daar inderdaad misschien ooit een kerkje en een moskee broederlijk naast elkaar hebben bestaan (volgens Sebastian het ultieme bewijs van de uiterste tolerantie van de Syriërs) en gingen vervolgens onze tijd verdoen op een terrasje.

Om half zeven kwam dan het langverwachte Hammanbezoek. De immens prachtige inkomhal doet ons het beste verhopen; De mannen houden direct een striptease en verdwijnen daarna al snel, op hun sleffers, de ene al eleganter dan de andere, naar de sauna. Wat later is het ook de beurt aan de vrouwen. Zo gauw de laatste man uit de sauna is verdwenen is, ondergaan onze twee vrouwelijke Syrische masseuses een gedaanteverwisseling. Ze spelen in een mum van tijd hun kleren (inclusief hoofddoek) uit en beginnen in een uitdagend zwart negligeetje aan hun job. Tja en dat krijgen al die macho’s dus nooit te zien. We worden geschrobd, gewassen, nat gegoten, gemasseerd, gekieteld (Alexandrine) en uiteindelijk gekust. Nadien stomen we verder in het stoombad (wat voor sommigen van de groep net wat te heet was, nietwaar Koen) Het ritueel wordt afgesloten met een handdoekenfestival en een lekkere thee. De mannen zitten trouw op ons te wachten, die Europese mannen toch. Ze dringen er ook op aan om te gaan eten in hetzelfde restaurant als gisteren, echte sissi mannen dus.

Daar blijkt er veel meer volk te zijn dan de dag tevoren, maar Joker krijgt een discreet plaatsje wat apart. We bestellen vertrouwde en minder vertrouwde gerechten (filet d’agneau) en krijgen nog wat spannende/straffe/pikante verhalen te horen over onze reisgenoten. Over hoe de éne bijna verkocht was aan ne Syriër “Comme ci; Comme ça” (en wij die dachten dat ze hier vrouwen verkochten voor kamelen) en hoe de andere een wat aparte hobby heeft, namelijk bikini’s kapot knippen omdat hij er gene krijgt. De rest van deze verhalen zult u terugvinden in het aparte hoofdstuk van dit boek “Twaalf Jokers op reis” , een succes bijlage, dat spreekt voor zich. Bij het vertrek lossen we nog onze Arabische puzzel, genaamd rekening, op en uiteindelijk is het na twaalven dat we in ons bedje liggen. Amai, zo laat, en dat net nu we morgen zo vroeg op moeten. Busje morgen en iedereen begrijpt dat soort dagen voor mij niet ideaal zijn om het verslag te schrijven. ’t Is nu al zo erg
>Slaapwel
An