7 november 2003
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7
kaart

Toeristisch bustochtje van Aleppo naar Deir-er-Zor

Dag 8 : Vrijdag 7 november 2003

5:45 klinkt het angstaanjagende gezoem van een wekker, de onze. Hardnekkig probeer ik de ochtend te negeren maar tevergeefs, it’s time. Wonder boven wonder slaag ik erin om het juiste kledingsstuk om het juiste lichaamsdeel te krijgen. Beetje water in het gezicht, mini-douche, moet voldoende zijn na de grondige schrobbeurt in de Hamman gisteren.

Gisteren had ik me voorgenomen om An te mijden ’s morgens. Niet omwille van één of ander kwalijk geurtje, maar zij heeft het dagboek en zocht nog een gewillig slachtoffer voor de nieuwe dag. OK, deur open van onze kamer, geen An te zien, op weg naar het ontbijt, geen An te zien. Plan loopt bijzonder gesmeerd. Als ontbijt weer de obligate abrikozenconfituur, het eitje en het verkwikkend glaasje thee, smaakt nog steeds, moet zijn dat ik honger heb. Rap nog zak halen en om 7:15 hebben we ons allen in de bus gewrongen. Zelf zit ik vanachter, niet één van de meest comfortabele plaatsen als je weet dat in deze busjes de ruimte voor de benen berekend is op 1,70 meter grote personen. Ik kijk links, shit, shit …. An zit langs mij, kijkt me aan en ik heb het gewonnen, tot zover het plan van de dag, het dagboek is voor mij. Maar het moest er eens van komen.

Na een ½ uurtje logen we een eerste keer uit het busje voor een bezoek aan Fah. Bij mij vooral bekend van de verfrissende reclame waar een jonge deerne een douche neemt in de jungle. Viva de reclamewereld. Doch hier in Syrië is Fah vooral bekend voor de mooie bijenkorfhuisjes. In het dorp kuieren we wat rond, wuiven links en rechts eens naar een kindje, kopen wat appels en …. Verdwalen. Hoe is het mogelijk. Damascus miljoenenstad, Hama miljoenenstad geen enkele keer verkeerd gelopen. Fah dorpje van amper 100 man, 2 gidsen bij en de weg kwijt. Kwartiertje gezocht en daar staat onze chauffeur te wuiven. Oef we zijn gered. Beter zelfs, we worden uitgenodigd bij een Bedouinen familie voor een tasje thee. Nog maar eens een bevestiging van de geweldige gastvrijheid van de Syriërs.

In het bijenkorfhuisje zijn we bijna verlost van Alexandrine. De dame van het huisje vertoont een gezonde interesse voor Alexandrine. Ze ziet het helemaal zitten om onze jongedame als “second wife” te hebben voor haar ventje. Het eerste ritueel werd al ingezet met een lekker riekend plantje te overhandigen. Het vervolg is vermoedelijk één of andere bizarre paringsdans, maar daar zijn we niet aan toe gekomen, spijtig. Weer een Syrische droom aan diggelen, geen kleine alexandrinnetjes voor de bedouinen. Afscheid genomen van de familie en terug in het busje, maar nu voor iets langer.

Ik geloof dat het ongeveer 2 uur rijden was naar Rasafa. Nooit geweten dat een dergelijk beklemmende zithouding uiteindelijk toch nog relaxerend gaat werken na 2 uur. Maar toch blij dat we er uiteindelijk waren. Rasafa blijkt weer een hoop stenen, die esthetisch op elkaar gelegd zijn. Een hele mooie kerk ontstaat op deze manier, ook enkele waterreservoirs die al dan niet gerestaureerd werden. Rasafa werd verder nog gekenmerkt door een geweldig maanlandschap.

Dan, het middagmaal : tonijn, brood, tomaat, na vier dagen beginnen we de kunst van de broodjesbar al aardig te beheersen. Wel blijft de “Quaqui” zijn geheimen goed verbergen, we weten nog steeds niet waarom deze lekker zouden kunnen zijn.

Teug in het busje gepropt en verder door het woestijnlandschap. Onze volgende stopplaats is Halabya. Een echt Sissi-kasteel, 15’ klimmen en dan genieten van de vergezichten op de Eufraat. Vooral de dorre bergen slepen je mee naar een droomwereld. Tijdens de afdaling ontdekken de vier dappere klimmers nog het echte Halabya. De overblijfselen van een hal met twee verdiepingen bogen, schitterend. Daarna in draf terug naar beneden en verder naar Deir-er-Zor. Onderweg passeren we nog een loslopende filet d’agneau en terugkerende schaapherders.

In Deir-er-Zor worden we gastvrij ontvangen door een luidruchtige hoteleigenaar. Hij begeleidt ons naar zijn prachtige kamers met zeezicht en dergelijke. De kamers zelf zijn wel iets minder luxueus. Overal waar ik tegenkom, aanraak, heb ik een witte afdruk op mijn kleren. Het salon mag er dan wel weer wezen, gezelligheid troef en stof ook.

Alexandrine riep haar zelf uit tot pessimistische optimist, heb geprobeerd om het te snappen maar bleek niet zo eenvoudig. Mannenverstand, daar zal het wel iets mee te maken hebben. Morrende magen en hongerige ogen deden ons eraan herinneren dat het hoog tijd was om op zoek te gaan naar voedsel. Wat blijkt, alles gesloten, behalve eentje. Om dit resto te vinden wel de hulp nodig gehad van enkele Syriërs. De lange zoektocht van 2 uur werd uiteindelijk wel beloond met een heerlijke democratisch gekozen Kebab en cola.

Graag zou ik deze dag willen beëindigen met een oproep aan de vrouwen. Als mannen hebben wij gemerkt dat de deftigheid van onze dames te wensen overlaat. Blote armen, geen hoofddoek. Als toegewijde mannen hebben wij het daar heel moeilijk mee. Tom en An geven al het redelijk goede voorbeeld. Tom : “You my wife, you follow me”, Waarop An onmiddellijk opspringt en volgt, zoals het hoort.

Bij deze wil ik jullie danken voor jullie begrip.
Vincent.