16 november 2003
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7
kaart

Wadi Rum

Dag 17 : zaterdag 16 november 2003

Syrië en Jordanië lijkt wel een reis voor een bende groot geworden kinderen. Wij hebben ons hart al kunnen ophalen met het spelen van “Romeintje”, “Kruisvaardertje”. Vandaag staat de grote zandbak op het programma. Maar laten we niet op de feiten vooruitlopen. 6:30 De wekker loopt af. Snel opstaan, tandjes poetsen en we kunnen weer aan de slag. Rugzakken worden opgeladen. Tijdens het instappen doen we verwoede pogingen om Jacqueline naast onze knappe chauffeur te laten plaatsnemen. Kwestie van het gesprek van gisterenavond te kunnen voortzetten. Daar onze pogingen op niets uitlopen besluit de groep solidair om de eindverplaatsing naar Amman niet met het openbare vervoer maar met het busje te doen. Maar nu genoeg geleuterd over mogelijk ontluikende romances. WIJ WILLEN SPELEN IN DE ZANDBAK.

Anderhalf uur later komen wij aan in Wadi Rum. Attalah staat ons al op te wachten en voorwaar hij heeft een gedaanteverandering ondergaan. Weg bedoeïenenkleed en annex hoofddoek. Hier staat de “Tiger of the Desert” in een mooi modern woestijnkostuumpje. Er wordt snel nog wat gedronken voor we aan de eerste wandeling beginnen. Koen, onze “dodentochtman” wil liever geen zand in zijn schoenen en houdt dan maar een kameeltaxi tegen. Zonder ook maar eens om te kijken naar zijn zwoegende reisgenoten verdwijnt hij achter de horizon richting Lawrence Spring. Drie kwartier later zien we Koen terug. Zijn kameel heeft wat gedronken en heeft zich vervolgens uit de voeten gemaakt. Wij zijn weer voltallig om het tweede stuk van de wandeling aan te vatten. Iedereen begint zich stilaan af te vragen waarom we geen grotere voeten met “Man van Atlantis” vliezen hebben. (Voor de jongeren onder ons, de man van Atlantis was een jeugdserie met Patrick Duffy (cfr den Bobby van Dallas) in de hoofdrol. Met zo’n dingen onder ons lichaam zouden we veel minder diep wegzakken in het mulle zand.

Eens op ons eindpunt aangekomen staat Attalah ons reeds op te wachten met een kopje thee. Hijzelf was gewoon met de jeep naar daar gereden en vraagt zich af wat die Westerlingen toch bezielt om te voet door de woestijn te trekken (en er nog geld voor te betalen ook). Is de Westerse wereld dan echt zo primitief ? Na nog een aantal wandelingen, in een trouwens prachtig filmdecor, komen we aan in de haciënda van Attalah. Nog snel een rots opklauteren en daar is hij weer, een prachtige zonsondergang. Iedereen zoekt een eigen plaatsje en mijmert weg. De prachtige stilte wordt enkel verbroken door een raar klikkend geluid.

Terug in het kamp aangekomen warmen we onze handen en voeten aan het kampvuur. Ondertussen gaart onze maaltijd in de ondergrondse oven. Eens de buikjes volgegeten wordt de waterpijp ontstoken. Een aantal, niet naderbepaalde personen, laten zich wegdrijven op de hallucinerende rook en proberen vervolgens de anderen te overtuigen dat er ondertussen een prachtige sterrenhemel te zien is. Ikke nu slaapkes doen (helemaal verbannen buiten het kamp wegens snurkgevaar).

Tom