18 november 2003
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
27 28 29 30 31 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 1 2 3 4 5 6 7
kaart

Wadi Rum – Aqaba

Dag 19 : maandag 18 november 2003

We hebben onze tweede verkwikkende nacht onder de sterrenhemel achter de rug. En verkwikkende was het voor de meesten wel want bijna iedereen zag er uitgeslapen uit en was fris en monter alles bijeen aan het pakken toen ik wakker werd. Voor ons laatste ontbijt in de bedoeïenentent kregen we een extraatje – naast smeerkaas en abrikozenconfituur, een hardgekookt eitje. Wat een gemist was dat gisteren.

Na een verfrissende douche (of beter, na wat water in de ogen gespetst te hebben) vertrokken we te voet om ons woestijngevoel nog wat te rekken. De Tiger stond ons op te wachten aan alweer een “spring”. Deze keer bleek dit keer een kleine grot te zijn gevuld met water en overhangende planten. Nadat we met Stijn hadden zitten filosoferen als we al dan niet een medemens zouten opeten ter overleving, vertrokken we op weg voor onze allerlaatste voettocht door Wadi Rum. Wim had voor de laatste tocht besloten om het verstand op nul te zetten en stoempen maar. Dit had wel effect want al gauw liep hij weg van het laatste groepje en haalde Karen en An in. Van een gezonde tactiek gesproken.

En zoals het een goede bedoeïen uit Wadi Rum behoort, had Tiger al een vuurtje gestookt en lekker zoete thee gezet (waarom doen ze daar in de VS toch zo moeilijk over ?). Vanaf daar begon het echte avontuur, we gaan in de voetsporen van Lawrence of Arabia Aqaba innemen. Onze eerste strategie is om de gelederen niet op te splitsen, maar oeps, er zijn twee jeeps. Maar goed, ik heb besloten om mij bij de voorste gelederen te voegen, niet omwille van mijn dapperheid, maar in de tweede jeep vang je veel te veel stof en zand op.

Als echte strijdkrachten gaan we op weg, en genieten van het ritje per jeep. De zon brandt harder dan gisteren en de tiger heeft besloten om zijn speelse rijkunsten in Wadi Rum achter te laten.

Na een tijdje komen wij een eerste boom tegen waar beide jeeps in de schaduw kunnen staan. An stelt zichzelf hardop de vraag hoe het mogelijk is dat de Tiger deze boom zomaar weet staan in het midden van de woestijn en waar zelfs twee jeeps schaduw van hebben. Maar al gauw blijkt dat deze boom op een druk kruispunt staat want langs alle kanten komen er jeeps aangereden.

In de schaduw genieten we van de zelfgesneden lunch en ons laatste kopje thee. Vincent schrokt alles binnen (heeft hij zo’n grote honger ?) maar ineens haalt hij het dagboek boven en begint naarstig te schrijven, terwijl de rest de uien en tomaten naar binnen werkt. Vincent zoekt de meest vreemde plaatsen op, even later zien we hem verwoed schrijven achter het stuur en in de laadbak van de jeep.

Nadat de strijdkrachten van de tweede jeep bijna te voet verder moesten door een oververhitte motor, kwamen we aan bij een minibusje dat ons zomaar stond op te wachten …. We hebben uitgebreid afscheid genomen van de Tiger en zijn klimneefje en zijn dan toch samen Aqaba gaan innemen.

Iedereen heeft zo zijn eigen redenen om zo snel mogelijk in Aqaba aan te komen. Om te luieren, te snorkelen, duiken of windsurfen, of om een blonde deerne in bikini die net uit de zee komt gelopen te zoeken. Veel geluk iedereen.

De hotelkamers worden verdeeld en Alexandrine en ik hebben weer chance, wij hebben na 45 minuten nog geen warm water. Angelique en Karen hebben nog wat restjes in de boiler dus ik kan me heerlijk lauw douchen. Even later blijkt volgens de receptionist dat we wel warm water hebben. Begrijpen wie begrijpen kan.

Daarna gaan we weer in de bekende groepjes op weg, de mannen op zoek naar een vreetfestijn in het Möwenpickhotel, de vrouwen naar wat winkeltjes en een goede bakker, en An en Tom blijven achter en zwoegen voort met de boekhouding en organisatie. We krijgen nog net de kans om een Ramadangebakje te eten maar daarna is alles dicht wegens Ramadan. Dan maar op zoek naar het strand. Dat blijkt niet zo simpel te zijn om er te geraken, want de meeste stranden zijn privé. De zonsondergang krijgen we net te zien tussen twee lelijke appartementsgebouwen en daarna worden we uitgenodigd daar een vriendelijke, niet Engelssprekende Jordaan om thee te komen drinken. Dat aanbod slaan we vriendelijk af, want we willen rustig naar het strand. Daar komen we na een tijdje de mannen tegen. Ze hebben blijkbaar het Möwenpickhotel gevonden en ze hebben deze Jokergroep spontaan omgetoverd tot ijsboerkesgroep. Blijkt dat ze het hele hotel leeggegeten hebben en Stijn zou zelfs 10 bollen verorberd hebben. Amai, proficiat mannen. En Stijn, mijn record staat op 11 bollen, it’s all yours to break the record.

Toen we voor het avondeten in het Ali Baba restaurant aankwamen kregen we spontaan de verste tafel op het eerste verdiep toegewezen. Hadden we ons dan toch niet genoeg geschrobd na twee dagen Wadi Rum ? Oftewel, Stijn liep voorop… Na bijna drie weken Shish Tawook en Shish Kebab hadden een aantal van ons weer eens behoefte aan Westers eten (onze uitspatting in het Pizza restaurant niet meegerekend), dus de pasta werd massaal besteld. Angelique heeft na deze avond weer wat namen verzameld. Want na haar uitweidingen over haar motorervaring doopte Stijn haar om tot Hell’s Angelique oftewel Motorbabe. Tijdens het zoeken naar een internetcafé kwamen Patrick en ik de rest van de groep tegen met een begerig verlangen in de ogen. Ze waren op zoek naar bier met alcohol. Die hebben we gevonden en het Hollands “pintje” heeft lekker gesmaakt. Hmmmm. Met een zalig gevoel konden we ons warme bedje opzoeken.

Sabine

PS : Aan mijn eerste Jokerreis zal ik alleen maar goede herinneringen hebben. Bedankt allemaal !!!!